De rallysport verschilt van andere autosporten doordat zij niet verreden wordt op permanente circuits. Het wedstrijdterrein bestaat uit verschillende parkoersen (openbare wegen) die volledig voor het overige verkeer worden afgesloten en waar de deelnemers afzonderlijk, om de minuut, worden gestart. Een deelnemende equipe bestaat uit 2 personen (bestuurder en navigator) en natuurlijk een rallyauto.

Het principe van de rallysport is dat een deelnemende equipe zo snel mogelijk een parkoers dient af te leggen. Zo’n parkoers wordt ook wel klassementsproef (KP) genoemd. Tijdens het rijden van de klassementsproef leest de navigator de naderende bochtencombinaties en afstanden voor aan de rijder in een soort stenocodering (pacenotes genaamd). Hierdoor weet de rijder precies welke bochtencombinaties hem te wachten staat en kan hij de klassementsproef zeer snel en veilig rijden. Voor het bepalen van de juiste afstand heeft de navigator de beschikking over een speciale “dagteller” met een nauwkeurigheid van enkele meters, die na elke bocht weer op nul wordt gedrukt. Tijdens de verbindingsroutes leest de navigator de aanwijzingen uit het routeboek voor. Ook bewaakt hij het tijdschema en regelt wanneer er door de servicemonteurs aan de auto gesleuteld kan worden. Een echte teamsport dus.

Alle deelnemers rijden dus individueel het parkoers. Op deze wijze worden verschillende klassementsproeven door de deelnemers gereden. Wie aan het einde van de rally totaal de minste rijtijd heeft gerealiseerd op de klassementsproeven, is algemeen winnaar. Ook worden er prijswinnaars benoemd naar groepen- en klassenindeling. De groepen- en klassenindeling gebeurt op basis van mate van preparatie en de cilinderinhoud van de motor.

Service

Tussen het rijden van de klassementsproeven door gaan de rallywagens soms naar de service, dit voor het nodige onderhoud en eventueel schadeherstel aan de auto. Tijdens de service van afwisselend 20 tot 40 minuten wordt er door een team van monteurs hard gewerkt om de auto weer in optimale staat te brengen. Dit serviceterrein is een uitermate geschikte mogelijkheid voor de toeschouwers om het sleutelen aan de auto’s eens van dichtbij mee te maken. Vaak staan de mensen rijendik te kijken als er met man en macht aan een auto gewerkt wordt om hem op tijd klaar te krijgen.

Er wordt hierbij ook veel aan het milieu en veiligheid van mensen en materieel gedacht. Zo is het bijvoorbeeld verplicht om alle werkzaamheden aan rallyauto’s uit te voeren op een vloeistofdicht zeil, er moeten diverse opvangbakken aanwezig zijn voor olie en andere vloeistoffen. Tevens heeft elk team zelf een brandblusser paraat staan voor het geval er iets fout mocht gaan. Het aftanken van de rallywagens gebeurt steeds vaker in een aparte tankzone. Deze zone is afgesloten voor publiek en op geruime afstand van het servicepark, in deze zone worden de auto’s afgetankt op speciale lekbakken en onder toezicht van de brandweer.

Met al deze maatregelen wordt een optimale veiligheid voor teams en publiek gegarandeerd en tevens het milieu zo min mogelijk belast.

De kampioenschappen

In Nederland kennen we het Rallyclinic Dutch Open Rallykampioenschap en het Nederlands Shortrally Kampioenschap. Het verschil tussen deze twee kampioenschapen is voornamelijk de duur van de evenementen. Rally’s worden verreden op 1 of meerdere dagen en daarbij leggen de deelnemers enige honderden kilometers af, waarvan ongeveer de helft uit klassementsproeven bestaat. Een shortrally wordt op 1 dag verreden met maximaal 6 klassementsproeven op maximaal 3 verschillende plaatsen. Algemeen gesproken duurt een shortrally dus gewoon minder lang dan een rally. De rallysport wordt in Nederland (maar ook in het buitenland) door veel mensen een warm hart toegedragen. Toeschouwers komen in grote getallen af op de wedstrijden. Een bezoekersaantal van 50.000 tot 100.000 mensen bij een rally wordt steeds vaker behaald.

Veiligheid

Alle rallyauto’s dienen aan strenge veiligheidseisen te voldoen voordat ze worden toegelaten aan een rally. Voor aanvang van elke rally worden alle wedstrijdauto’s door onpartijdige, speciaal hiervoor opgeleide Technische Commissarissen van de KNAC Nederlandse Autosport Federatie (KNAF) gekeurd.

Zo dient elke rallyauto in ieder geval voorzien te zijn van:

  • Een rolkooi in de auto
  • Een brandblusinstallatie
  • Speciale veiligheidsstoelen
  • Speciale veiligheidsgordels
  • Uitlaat katalysator

Tevens is de equipe verplicht een valhelm met H.A.N.S. systeem, een brandvrije rally overall en brandvrije onderkleding te dragen.

Klassementsproeven

De klassementsproeven worden door de organisatie van de rally opgebouwd en dienen ook aan zeer strenge veiligheideisen te voldoen om de veiligheid van publiek, rijders en aanwonende te garanderen. De verzorging van de veiligheid en het ordelijk verloop van de totale rally wordt door rallyofficials uitgevoerd. De totale afstand die een deelnemer tijdens een rally aflegt bestaat uit twee soorten, als eerste de wedstrijdkilometers op de klassementsproeven en als tweede de verbindingskilometers op de openbare weg tussen de verschillende klassementsproeven.
Tussen de klassementsproeven rijden de deelnemers als normale verkeersdeelnemers op de openbare weg en zij dienen zich daarbij aan alle verkeersregels te houden.  De uiteindelijke beslissing over het eindklassement wordt dus uitsluitend op de klassementsproeven bepaald.